Verhalen

Rondje

Geschreven door Edwin Wittink op 28 oktober 2017

rond·je (het; o; meervoud: rondjes)1rond voorwerpje, figuurtje enz.2een drankje voor ieder van het gezelschap3ronde (2)4zie onder

Wieringen is voor mij een even rondje doen. Het rondje door Hippolytushoef dat ik in mijn jeugd regelmatig reed als ik op mijn fiets sprong en even een ‘rondje dorp’ deed. Nieuwsgierig. Kijken of je iemand tegenkwam. Of er iets gebeurd was. Of die zelfde schoenen die je al een jaar lang wilde hebben nog steeds in de etalage van de sportzaak stonden. Even bij Engel & Engel in de platenbakken neuzen tussen de singletjes die je soms al jaren zag staan. En kijken welke films er in Cinema De Haan draaiden.

Zo’n rondje maak ik nog steeds. Als ik bijvoorbeeld ’s nachts thuiskom moet ik eerst een rondje door het dorp. Hoe moe ik ook ben. Met de zelfde nieuwsgierigheid, misschien kom je nog iemand tegen, maak je wat mee of zie je iets nieuws, tegelijkertijd eigenlijk wetend en wellicht hopend dat er maar niets veranderd is. Ik heb dat met ‘Durp’. Iemand uit ‘Noever’ zal dat ook hebben en noemt dat een ‘rondje haven’. Weten dat al het vertrouwde er nog is en dan pas naar huis.

Mijn bijzondere Wieringer plek is ook een rondje. Het vroegere Parkzicht, in de volksmond ‘De Hofjes’. Toen dat nog een stukje groen was, een mooi voetbalveldje, met daar omheen lage bejaardenwoningen. Op de plek van het veldje staat nu het nieuwe Parkzicht, ook weer met een rondje er om heen. Daar woonde mijn Oma, bij oudere Wieringers bekend als Tante Trijn, met haar zus, mijn Tante Bet. Toen ik op de Alvitloschool zat at ik daar tussen de middag. Warm. En niet alleen het eten was dat. Je kon daar altijd naar binnen, want het touwtje hing uit de brievenbus. Ze vergaten dat touwtje overigens ook wel eens een nachtje naar binnen te halen. Op die plek was ik thuis en altijd welkom. Bij twee belangrijke mensen in mijn leven. De enigen die op een foto in mijn huis staan. Met Tante Bet had ik een speciale band. Misschien wel omdat ze er van uit ging ik naar haar vernoemd was, terwijl dat niet zo was. Mijn vaste plekje was naast haar op de bank. Als ik daar logeerde sliep ik bij haar op de kamer en ik hoor haar nog zingen als ze mij naar bed bracht. Van Tante Bet kon je alles krijgen. Als ze jouw lootje had met Sinterklaas dan kreeg je het hele lijstje. Mijn Oma was een hardwerkende, slimme en altijd positieve vrouw die Wieringen veel mooie herinneringen heeft gegeven. Tijdens een rondje in de avond kon je nog laat bij haar terecht. Ze sliep nooit vroeg en ging er liefst ook niet heel vroeg uit. Heel herkenbaar. Tot het eind van haar leven kon je met haar over van alles praten. Ze ging mee met de tijd. Ze had veel meegemaakt, had veel levenswijsheid en heeft me veel goede raad gegeven. ‘Iederien groetuh’, is wel de belangrijkste les. En je kon met haar lachen, ondanks dat het leven haar zeker niet gespaard had. Als iemand de link legt tussen mijn werk en leven en dat van mijn Oma maakt me dat trots en is de cirkel weer rond.

Eigenlijk wil ik vertellen dat Wieringen voor mij meer is dan wat je ziet. Natuurlijk is het mooi. En er is ook zeker wel wat op aan te merken. Maar een plek is maar een abstract begrip. Waar het echt om gaat dat zijn de mensen die er wonen, werken en leven. Die mensen maken herinneringen en die binden je met een bepaalde plek. Daardoor voel je Wieringen. En daardoor ben je thuis. Een Wieringer komt nooit los van Wieringen. Als je er geboren bent of lang gewoond hebt dan keer je er, fysiek of in gedachten, steeds weer terug. Als een rondje.




Deel op Facebook